Wanneer er iets in een bouwlaag wijzigt, heeft dit meestal consequenties voor de ruimtes in het model. Bijvoorbeeld wanneer een tussenwand wordt weggehaald, wordt er van twee ruimtes, een ruimte gemaakt. Wanneer er een tussenwand wordt geplaatst, wordt een ruimte opgedeeld in twee ruimtes. Als het een nieuwe ruimte betreft, wordt deze in het model geplaatst als ruimte 0.1 (bijv.). De functie van de ruimte (keuze uit Smart Twin ruimteklassen) moet vervolgens worden gekoppeld om er een slim (Smart Twin) model van te maken.
Ruimten wisselen
Bijvoorbeeld een Slaapkamer een Badkamer is geworden, dan dienen ruimten te worden aangepast in het model. Zie voorbeeld.
Nieuwe ruimte
Een nieuwe ruimte in het model wordt in de ruimtelijst op het middenpaneel getoond met een rood kader, bijvoorbeeld bij het aangeven van een schacht.

Verwijderde ruimte
Wanneer een ruimte is verwijderd uit het model, dan bestaat deze nog wel in de Datastore. De verwijderde ruimte wordt rood gemarkeerd (k | kast). De ruimte moet daarna worden gesynchroniseerd, zie voorbeeld.

Ruimte-eigenschappen overnemen
Een nieuwe ruimte moet een correcte Smart Twin-ruimteklasse krijgen. Hier kunnen de eigenschappen worden overgenomen van de gangkast voor de nieuwe ruimte. De ruimte moeten daarna worden gesynchroniseerd, zie voorbeeld.



NB: Het kan voor komen dat in een model de functie van een balkon/ loggia niet goed is weergegeven. Deze functie kan eenvoudig worden gecorrigeerd.

